Huishoudelijk reglement Nederlandse Pointer Club

Artikel 1: Toelating van leden

1. Zij die als lid tot de vereniging willen toetreden, vermelden bij hun schriftelijke aanmelding hun naam, adres, postcode en woonplaats. Bij een aanmelding als gezinslid wordt de naam van de partner vermeld.
2. Naam, adres en woonplaats van de in het eerste lid bedoelde personen worden zo spoedig mogelijk in het orgaan van de vereniging gepubliceerd met de mededeling, dat de leden binnen twee weken na verschijning schriftelijk en gemotiveerd bezwaren tegen de toelating van een of meer aspirantleden aan het bestuur kenbaar kunnen maken. Het bestuur overweegt deze bezwaren bij zijn beslissing omtrent de toelating.
3. De secretaris deelt het bestuursbesluit omtrent de toelating zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de betrokkene mee. In geval van niet-toelating worden daarbij de motieven medegedeeld, die het bestuur tot zijn beslissing hebben geleid. In geval van toelating wordt een exemplaar van de statuten en van dit huishoudelijk reglement bijgevoegd. Het bestuursbesluit wordt ook aan eventuele bezwaarden schriftelijk medegedeeld.

Artikel 2: Voorzitter
1. De voorzitter bevordert de behartiging van de belangen van en de goede gang van zaken in de vereniging.
2. Hij leidt, behoudens het bepaalde in artikel 40, lid 3 der statuten, de ledenvergaderingen en de vergaderingen van het bestuur. Hij handhaaft in de vergaderingen de statuten en reglementen van de vereniging en houdt ook buiten de vergaderingen toezicht op deze handhaving.
3. Hij bepaalt de volgorde van behandeling van zaken ter vergadering.
4. Hij handhaaft de orde in de vergadering.
5. Hij ondertekent samen met de secretaris de notulen van alle vergaderingen en de belangrijke uitgaande brieven.

Artikel 3: Secretaris
1. De secretaris voert de correspondentie van de vereniging, ondertekent alle uitgaande brieven en legt de belangrijke uitgaande brieven ter beoordeling en medeondertekening aan de voorzitter voor.
2. Hij maakt, behoudens het bepaalde in artikel 40 der statuten, de notulen van de ledenvergaderingen en van de bestuursvergaderingen. Hij zendt de notulen van een bestuursvergadering zo spoedig mogelijk na die vergadering in concept aan alle bestuursleden en agendeert de behandeling daarvan voor de eerstvolgende bestuursvergadering. Hij ondertekent de notulen na, eventueel gewijzigde, vaststelling samen met de voorzitter en neemt de eventueel door het bestuur aangebrachte wijzigingen tevens op in de notulen van de vergadering waarin tot deze wijzigingen is besloten.
3. Hij draagt in overleg met de voorzitter zorg voor de opstelling van de agenda’s en alle bijbehorende stukken voor de ledenvergaderingen en de bestuursvergaderingen en ziet toe op tijdige verzending daarvan.
4. Hij doet in iedere bestuursvergadering mededeling van alle ingekomen brieven. Aan het bestuur gerichte of voor het bestuur bestemde, maar bij andere bestuursleden ingekomen brieven, worden onverwijld door deze bestuursleden aan de secretaris doorgezonden.
5. Hij draagt zorg voor het bijhouden van een overzichtelijk archief, waarin naast alle ingekomen, een afschrift van alle uitgaande correspondentie en alle vergaderstukken en notulen, ook alle overige voor de vereniging van belang zijnde stukken worden opgenomen.
6. Hij draagt er door registratie van de in een ledenvergadering aanwezige stemgerechtigde leden en door andere maatregelen zorg voor, dat bij eventuele stemmingen ieder aanwezig stemgerechtigd lid op zo doelmatig mogelijke wijze één stem kan uitbrengen.
7. Hij stelt het jaarverslag zo tijdig samen, dat dit na vaststelling door het bestuur overeenkomstig artikel 33 van de statuten kan worden uitgebracht
8. Het bestuur kan besluiten, dat een deel der werkzaamheden van de secretaris door een ander lid van het bestuur of, met toepassing van artikel 28 van de statuten en onder toezicht en verantwoordelijkheid van de secretaris, door een lid buiten het bestuur zal worden verricht volgens een werkverdeling die de
goedkeuring van het bestuur behoeft.

Artikel 4: Penningmeester
1. De penningmeester ziet, behoudens het bepaalde in het zevende lid, toe op het doen van alle ontvangsten en uitgaven der bestuursleden en op de ontvangsten en uitgaven van de door het bestuur ingestelde commissies.
2. De penningmeester behoeft voorafgaande toestemming van het bestuur voor het doen van uitgaven tot een hoger bedrag dan waartoe door het bestuur is bepaald.
3. De penningmeester is bevoegd, namens de vereniging bewijzen van ontvangst te ondertekenen. Hij kan deze bevoegdheid echter voor concreet omschreven ontvangsten tot ten hoogste een door het bestuur daartoe te bepalen bedrag delegeren aan de beheerder van een dagelijkse kas als bedoeld in het zevende lid.
4. De penningmeester houdt nauwkeurig boek van alle ontvangsten en uitgaven en van alle andere gegevens die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de artikelen 34 en 35 van de statuten.
5. Hij draagt zorg voor het voortdurend en nauwkeurig bijhouden van een ledenregister, waarin de namen, adressen en het soort lidmaatschap van alle leden zijn opgenomen. Dit register ligt voor alle leden bij de penningmeester ter inzage.
6. Hij stelt de begroting, de balans en de staat van baten en lasten zo tijdig samen, dat deze na vaststelling door het bestuur overeenkomstig de artikelen 32 en 35 van de statuten kunnen worden uitgebracht. In de begroting worden naast de ramingen voor het nieuwe jaar ook de ramingen voor het voorafgaande jaar en de uitkomsten van het laatst afgesloten jaar vermeld.
In de staat van baten en lasten worden naast de uitkomsten van het betreffende jaar ook de ramingen voor dat jaar en de uitkomsten van het voorafgaande jaar vermeld.
7. Het bestuur kan bepalen, dat andere bestuursleden dan de penningmeester of leden van een door het bestuur ingestelde commissie bevoegd zijn tot het doen van ontvangsten en uitgaven tot ten hoogste een daartoe door het bestuur te bepalen bedrag, en belast zijn met het beheer van de daaruit voortvloeiende dagelijkse kas, een en ander voorzover dit direct verband houdt met hun specifieke bestuurs- of commissietaak. Het saldo van een dergelijke kas mag niet meer bedragen dan een daartoe door het bestuur te bepalen bedrag; het meerdere wordt onverwijld aan de penningmeester afgedragen. De beheerder van een dagelijkse kas is voor zijn beheer verantwoording schuldig aan de penningmeester. Hij houdt daartoe nauwkeurig boek van alle ontvangsten en uitgaven en van alle andere gegevens die de penningmeester noodzakelijk acht. De penningmeester draagt er zorg voor, dat ook alle ontvangsten en uitgaven die door andere bestuursleden en/of commissieleden zijn gedaan, in de boeken der vereniging worden verantwoord.

Artikel 5: Bestuursvergaderingen
1. Het bestuur vergadert als de voorzitter of ten minste de helft van de andere zittende bestuursleden dit wenselijk acht.
2. De bestuursleden worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, ten minste veertien dagen tevoren van de door de voorzitter bepaalde dag, uur en plaats van de vergadering in kennis gesteld.
3. De agenda, vermeldende de te behandelen onderwerpen, en eventuele toelichtende stukken worden zo tijdig aan alle bestuursleden toegezonden dat zij zich op verantwoorde wijze op de vergadering kunnen voorbereiden.
4. Indien het tweede en derde lid niet in acht zijn genomen of het betreffende onderwerp in de agenda niet duidelijk is omschreven, dan kan ter vergadering slechts een besluit worden genomen indien ten minste twee/derde van het aantal zitting hebbende bestuursleden aanwezig is en met het nemen van een besluit instemt. Over alle besluiten wordt zo nodig mondeling gestemd, nadat de voorzitter het voorstel waarover gestemd moet worden, duidelijk heeft geformuleerd. De volstrekte meerderheid is behaald indien ten minste één stem meer voor dan tegen het voorstel is uitgebracht, waarbij blanco stemmen niet worden meegerekend.

Artikel 6: Commissies
1. De leden van commissies als bedoeld in artikel 28, lid 2 der statuten worden door het bestuur benoemd. Zij kunnen te allen tijde door het bestuur worden geschorst en ontslagen.
2. Een door het bestuur ingestelde commissie kan te allen tijde door het bestuur worden opgeheven.

Artikel 7: Financiële commissie
1. De financiële commissie is te allen tijde bevoegd, hetzij op verzoek van het bestuur hetzij uit eigen beweging, een tussentijds onderzoek in te stellen. Artikel 36, lid 3 en 4 der statuten is op een dergelijk tussentijds onderzoek van toepassing.
2. Een tussentijds onderzoek wordt in ieder geval ingesteld wanneer een aftredend penningmeester de boekhouding en de kas en waarden aan zijn opvolger overdraagt.
3 De financiële commissie brengt van een tussentijds onderzoek schriftelijk verslag aan het bestuur uit.

Artikel 8: Algemene Vergaderingen; agendapunten en voorstellen
1. De ledenvergadering kan geen besluiten nemen over een onderwerp, dat niet duidelijk in de agenda als te behandelen agendapunt is omschreven.
2. Van brieven die aan de ledenvergadering zijn gericht, wordt in de eerstvolgende ledenvergadering bij de behandeling van het agendapunt ‘Ingekomen stukken’ mededeling gedaan. Zij vormen geen onderwerp van beraadslaging indien zij niet afzonderlijk als “voorstel leden” zijn aangegeven dan wel afzonderlijk als te behandelen agendapunt op de agenda zijn vermeld of met een ander agendapunt verband houden, tenzij de vergadering anders besluit. De ledenvergadering kan echter ook in dat geval niet afwijken van het eerste lid.
3. Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering een voorstel van orde doen. Een dergelijk voorstel betreft de wijze van behandeling van de agenda of van een agendapunt.
4. Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering een duidelijk omschreven voorstel indienen betreffende een agendapunt dat aan de orde is. Het voorstel vormt slechts onderwerp van beraadslaging indien het door ten minste vier andere aanwezige stemgerechtigde leden wordt ondersteund.
5. Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering een amendement indienen. Een amendement behelst een duidelijk omschreven voorstel tot een inhoudelijke wijziging van een voorstel dat aan de orde is. Het amendement vormt slechts onderwerp van beraadslaging indien het door ten minste vier andere aanwezige stemgerechtigde leden wordt ondersteund.
6. Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering een motie indienen. Een motie behelst een duidelijk omschreven voorstel om een oordeel uit te spreken of een verzoek te doen. De motie vormt slechts onderwerp van beraadslaging indien deze door ten minste vier andere aanwezige stemgerechtigde leden wordt ondersteund. Een motie die niet betrekking heeft op een bepaald agendapunt, kan bij de rondvraag worden ingediend.
7. Indien in een aangenomen motie aan het bestuur gevraagd wordt iets te doen of na te laten, het nemen van besluiten daaronder begrepen, dan beraadt het bestuur zich in de eerstvolgende bestuursvergadering en maakt zijn genomen besluit zo spoedig mogelijk in het clubblad bekend. Indien het bestuur besluit aan de motie geen gevolg te geven, is het verplicht het onderwerp op de agenda voor de eerstvolgende Algemene Vergadering als te behandelen agendapunt te vermelden.

Artikel 9: Algemene Vergaderingen; stemming
1. Als een schriftelijke stemming is vereist, dan worden door de voorzitter een bestuurslid en tenminste twee leden aangewezen als stemcommissie. De stemcommissie bestaat altijd uit een oneven aantal leden. Het bestuurslid is voorzitter van de stemcommissie.
2. De stemcommissie is belast met:
a. het uitdelen van de stembriefjes;
b. het verifiëren van de juistheid van de telling van de uitgebrachte stemmen;
c. het bepalen van de geldigheid en het bekendmaken van de uitslag van de stemming.

Artikel 10 Algemene Vergaderingen; orde
1. De voorzitter kan aan een lid dat ter vergadering onfatsoenlijke taal gebruikt, iemand onheus bejegend of zich op andere wijze misdraagt, na waarschuwing, het recht ontnemen om bij het betreffende agendapunt of gedurende de gehele vergadering verder het woord te voeren.
2. Bij herhaald wangedrag kan de voorzitter het lid het recht ontnemen de vergadering verder bij te wonen.

Artikel 11: Periodiek der vereniging
1. De vereniging geeft een periodiek uit, genaamd “Pointerklanken”.
2. Dit periodiek verschijnt minimaal vier maal per jaar.
3. Het bestuur bepaalt binnen de grenzen van de begroting de omvang en vormgeving van het periodiek, na overleg met de redacteur.
4. Een bestuurslid is redacteur van het periodiek en kan zich laten bijstaan door een redactiecommissie.
5. In het periodiek kunnen advertenties worden opgenomen. De redacteur is belast met de acquisitie hiervoor.
6. Het bestuur stelt jaarlijks de advertentietarieven vast.
7. Dekkingen en nesten, die niet voldoen aan hetgeen is gesteld in het fokreglement, kunnen tegen advertentietarief worden opgenomen in het periodiek.
8. De redacteur heeft het recht ingezonden artikelen te redigeren, te corrigeren en in te korten. De redacteur stelt de inzender op de hoogte van veranderingen. Geeft deze niet te kennen geen prijs te stellen op publicatie in de gewijzigde vorm, dan zal tot publicatie worden overgegaan.
9. Het bestuur kan de plaatsing van ingezonden artikelen weigeren. Het bestuur stelt de inzender schriftelijk van hun motivatie, in kennis van de weigering.
10. Indien plaatsing van een door een lid ingezonden artikel wordt geweigerd, dan wordt deze binnen twee maanden na inzending geretourneerd.
11. Indien het betrokken lid zich met deze weigering niet kan verenigen, dan kan hij zich terzake schriftelijk tot het bestuur wenden. Het bestuur neemt zo mogelijk in de eerstvolgende vergadering een nieuwe beslissing, daarbij rekening houdend met hetgeen terzake schriftelijk is medegedeeld en deelt deze nieuwe beslissing schriftelijk met motivatie mede.
12. Anonieme artikelen worden altijd geweigerd. Onder pseudoniem geschreven artikelen kunnen worden geplaatst, indien de schrijver zich vooraf aan de redacteur bekend maakt.
13. De redacteur bepaalt de inhoud van het periodiek met inachtneming van het in dit artikel bepaalde.
14. In het periodiek worden telkenmale de navolgende hoofdstukken vermeld casu quo opgenomen:

  1. de namen en adressen van de bestuursleden;
  2. de door het bestuur ingestelde commissies en het correspondentieadres van deze commissies;
  3. mededelingen van het bestuur en van de commissies;
  4. fokkerijzaken;
  5. jacht en wedstrijdzaken.

15. Het periodiek wordt aan alle leden verzonden met uitzondering van de gezinsleden.

Artikel 12: Vergoedingen
1. De leden van het bestuur genieten ten laste van de vereniging een vergoeding voor noodzakelijk gemaakte reis- en verblijfkosten, porti en telefoonkosten.
2. Reiskosten worden vergoed op basis van de gereisde kilometers. Het per kilometer te vergoeden bedrag wordt door het bestuur bepaald.
3. Overige vergoedingen worden vergoed op basis van de werkelijk gemaakte kosten.
4. Het bestuur kan voor de te vergoeden verblijfkosten maxima bepalen.
5. Voor meerdaagse reizen en voor reizen naar het buitenland is voorafgaande toestemming van het bestuur vereist.
6. De kosten moeten schriftelijk gedeclareerd worden in het jaar waarin deze zijn gemaakt, waarbij de eerste maand van het nieuwe verenigingsjaar nog gebruikt kan worden om deze in te dienen.
7. Het bestuur kan bepalen, dat dit artikel ook van toepassing is op leden van commissies en op anderen die ter uitvoering van een bestuursopdracht kosten hebben gemaakt.

Artikel 13: Pupinformatie en herplaatsing
1. Het bestuur belast, onder haar verantwoordelijkheid, een bestuurslid met (pup)voorlichting namens de vereniging en in voorkomende gevallen met herplaatsing van oudere honden.
2. Het bestuur kan eigenaren van reuen alsmede fokkers die niet voldoen aan hetgeen gesteld is in het ‘fokreglement”, uitsluiten van pupinfo.

Artikel 14: Overige reglementen
De navolgende onderwerpen zijn uitgewerkt, of kunnen worden uitgewerkt, in afzonderlijke reglementen:

  1. fokreglement;
  2. verenigingsprijzen;
  3. verenigingsproeven;
  4. reglement van orde op trainingen;
  5. andere activiteiten georganiseerd door de vereniging.

De goedkeuring van de Algemene Vergadering is op deze reglementen van toepassing.

Artikel 15: Vervallenverklaring
Alle voorgaande huishoudelijke reglementen zijn hiermee vervallen verklaard. 


Aanhangsel Huishoudelijk Reglement Nederlandse Pointer Club

Tijdens de Algemene Ledenvergadering van 24 april 2008 werd aangenomen om met terugwerkende kracht per 01.01.2008 de puntentelling voor veldwedstrijden in te voeren, 
zoals omschreven in het ORWEJA Algemene Wedstrijd Reglement Supplement voor Staande honden. 
Tijdens de Algemene Ledenvergadering van 23 april 2009 werd aangenomen om voor honden met kwalificaties in koppelwedstrijden hiervoor extra punten te geven.
Hierdoor is het Huishoudelijk Reglement van 1 januari 1998 voor wat betreft de puntentelling voor het winnen van wisselbokalen voor veldwedstrijden komen te vervallen. 

Aanhangsel 1. – Algemeen

  • Art. 1. Om in aanmerking te komen voor het winnen van de jaar- en wisselprijzen dient in ieder geval aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:
              -­ Uiterlijk binnen 6 weken na afloop van het voorjaarsseizoen (eind mei van betreffend kalenderjaar) en uiterlijk binnen 6 weken na afloop van het najaarsseizoen (eind januari van het nieuwe jaar) meldt de eigenaar de prestatie(s) van zijn Pointer(s) schriftelijk aan het secretariaat van de N.P.C., onder overlegging van een kopie van het werkboek of een kwalificatiekaart. Alleen aldus gemelde resultaten worden geregistreerd.
              -­ de eigenaar van de betreffende Pointer moet lid zijn van de N.P.C.
              -­ de Pointer dient ingeschreven te zijn in het Nederlandse Honden Stamboek (N.H.S.B.).
              -­ Behaalde kwalificaties in enig jaar tellen mee òf voor de Wisselbokaal Quête à la Française óf voor de Wisselbokaal Grande Quête
  • Art. 2. Bij gelijk aantal punten wordt de titel verleend aan de hond, die van de gelijk geëindigde het grootste aantal CACIT’s behaald heeft; geeft dit geen uitsluitsel dan wordt de titel verleend aan de hond die het grootste R.CACIT’s behaald heeft. Indien de uitslag dan nog niet bepaald kan worden, dan zal de jongste hond winnaar zijn.
  • Art. 3. Onder “open” veldwedstrijden wordt verstaan: nationale-­ en internationale Kampioensveldwedstrijden waaraan de F.C.I. regels ten grondslag liggen. De wedstrijdvormen worden genoemd Quête à la Française (solo en koppel) en Grande Quête (altijd koppel).
  • Art. 4. De periode waar binnen prijzen gewonnen kunnen worden is gelijk aan het verenigingsjaar.
  • Art. 5. - In Denemarken en in de Scandinavische landen worden z.g.n. Open Klasse wedstrijden gehouden. Deze kwalificaties tellen niet mee in de puntentelling van de NPC. Behaalde kwalificaties in de Vinner Klasse tellen wel mee. Dit werd  besloten tijdens de ALV van 20.05.2010.
              - Amateurwedstrijden, zoals die gehouden worden in België, tellen niet mee. Kwalificaties behaald op Kwartelwedstrijden tellen niet mee. Deze wedstrijdvorm is onvergelijkbaar met Quête à la Française en Grande Quête. 
  • Art. 6. In alle voorkomende gevallen, waarin het reglement niet voorziet, beslist het Bestuur.
  • Art.7. Alle in dit Huishoudelijk Reglement genoemde en getoonde wisselbokalen blijven eigendom van de Nederlandse Pointer Club.

Aanhangsel 2. – NEDERRIJK BOKAAL

  • Art. 1. Dit is een wisselprijs voor nationale-­ en internationale kampioens-­ veldwedstrijden en kan ieder jaar toegekend worden. 
  • Art. 2. Punten kunnen worden behaald in binnen-­ en buitenlandse voor-­ en najaarswedstrijden, waarin alleen werk vóór het schot verlangd wordt. De wedstrijdvormen zijn Quête à la Française, Grande Quête, Quête de Chasse, Chasse Pratique, koppel of solo
  • Art. 3. Punten worden volgens onderstaande puntenschaal toegekend:
   Solo Wedstrijden   Koppel Wedstrijden 
 extra punten
 CACIT    12 punten  2 punten
 R.CACIT    11 punten  2 punten
 CACT    10 punten  2 punten
 R.CACT    9 punten  2 punten
 U  Eerste geplaatst  8 punten  2 punten
 U  Niet eerste geplaatst       7 punten  2 punten
 ZG  Eerste geplaatst  6 punten  1 punt
 ZG  Niet eerste geplaatst    5 punten  1 punt
 CQN     4 punten  1 punt
 G  Eerste geplaatst  3 punten  1 punt
 G  Niet eerste geplaatst    2 punten  1 punt
 EV    1 punt  1 punt

 

  1. Maximaal 4 wedstrijden Quête à la Française en Grande Quête in het voorjaar en maximaal 4 wedstrijden Quête à la Française, Quête de Chasse, Chasse Pratique en Grande Quête in het najaar tellen mee voor de Wisselbokalen.
  2. Puntenschaal is niet cummulatief.

Aanhangsel 3. – GRANDE QUÊTE TROFEE

  • Art. 1. Dit is een wisselprijs voor veldwedstrijden Grande Quête, die uitsluitend in het buitenland gehouden worden.
  • Art. 2. Deze wedstrijdvorm wordt uitsluitend gehouden op het voorstaan van patrijs en is altijd in koppel.

Aanhangsel 4. -­ ‘EEF VAN SCHUPPEN’ Jeugdbokaal

Reglementen voor derby’s en jeugdwedstrijden zijn in Nederland opgenomen in het ORWEJA Algemeen Veldwedstrijd Reglement, Art. III.4. Dit artikel luidt als volgt:

Artikel III.4.

  1. Een jeugd-veldwedstrijd is een niet-­kampioenschapsveldwedstrijd, welke uitsluitend in solo wordt gelopen en waarvoor beperkende bepalingen met betrekking tot de minimum en maximum leeftijd van de deelnemende honden van kracht zijn.
  2. De in te schrijven honden moeten op de dag van de wedstrijd de leeftijd van 9 maanden bereikt hebben en mogen bij aanvang van het betreffende seizoen –voorjaarsseizoen dan wel najaarsseizoen-­ de leeftijd van 2 jaar nog niet bereikt hebben (FTC bulletin 2010-­02).
  3. Voor jeugdveldwedstrijden zijn met betrekking tot de beoordeling van de honden de bepalingen, welke gelden voor overeenkomstige kampioenschapsveldwedstrijden in beginsel niet van kracht.
  4. Van de deelnemende honden wordt door de keurmeester, zoveel als mogelijk, de natuurlijke aanleg beoordeeld en een verwachting voor de toekomst uitgesproken; een en ander in relatie tot de werkeisen en de werkstijl van het ras.

Aanhangsel 5. -­ C.J. VERWEY BOKAAL 

De heer C.J. Verwey, schenker van deze Bokaal, citeert in zijn boek POINTERS en SETTERS: “Zou vergeten worden dat zij van origine jachthonden zijn en zouden alleen hun eigenschappen als huishond worden beoordeeld, dan zouden zij op de lange duur hun adel verliezen. De adel die zij juist aan eeuwenlange gebruiksselectie danken”.

De Verweybokaal zal dus een wisselprijs zijn die slechts wordt toegekend aan een Pointer, die een zeer bijzondere schoonheidsprestatie heeft geleverd en zijn jachtaanleg heeft bewezen.

Reglement van orde:

  • Art. 1. De Verweybokaal is een wisselprijs en blijft eigendom van de N.P.C. De eigenaar van de winnende Pointer ontvangt een foto met daarop zijn hond en de gewonnen bokaal.
  • Art. 2. Op de voet van de bokaal wordt, door en op kosten van de N.P.C., de toepasselijke gravering aangebracht, te weten: Jaartal, naam en stamboomnummer van de Pointer
  • Art. 3. Als in enig jaar, naar de mening van het bestuur, geen Pointer aan het reglement voldoet, wordt de bokaal in dat jaar niet uitgereikt.

Competitiereglement:

  • Art. 1. Voor het meedingen naar de Verweybokaal worden in eerste instantie prestaties getoond tijdens in Nederland gehouden veldwedstrijden, CAC tentoonstellingen en clubmatches van de N.P.C., in aanmerking genomen.
  • Art. 2. De Pointer moet tijdens tentoonstellingen en/of kampioenschapsclub-­? match van de N.P.C., drie C.A.C.’s onder verschillende keurmeesters behalen. De prestaties Beste Reu respectievelijk Beste Teef van een gewonnen clubmatch van de N.P.C. tellen in de zin van de toepassing van dit reglement mee, als ware het een behaalde CAC.
  • Art. 3. De Pointer moet tijdens, voor Pointers geëigende veldwedstrijden, minimaal twee kwalificaties behalen. Hiervan moet één kwalificatie minstens “Zeer Goed” zijn. Een CQN telt in de zin van de toepassing van dit reglement mee, als ware het een kwalificatie “Zeer Goed”.

Aanhangsel 6. – JAARPRIJZEN BESTE REU EN TEEF IN SHOW

Jaarlijks worden door de N.P.C. prijzen beschikbaar gesteld voor de beste reu en beste teef van een tentoonstellingsjaar.

Competitiereglement: 

  • Art. 1. Punten kunnen worden behaald tijdens CAC en CACIB tentoonstellingen in Nederland, alsmede tijdens de clubmatch van de N.P.C..
  • Art. 2. Het minimale aantal deel te nemen evenementen is vier. Het totaal aantal behaalde punten wordt gedeeld door het aantal evenementen waaraan werd deelgenomen. Indien dat er meer dan vier zijn, wordt één maal het minst goede resultaat niet meegerekend.
  • Art. 3. Indien een winnende Pointer op 31 december voorafgaande aan het jaar dat gewonnen wordt reeds de titel Nederlands Kampioen behaald heeft, dan zal de eerstvolgende in de rangorde van de eindstand ook een prijs ontvangen. Namelijk voor de meest belovende reu of teef van dat jaar.
  • Art. 4. Puntenschema:
  Kwalificatie      Plaatsing Extra Punten
   G      ZG      U      4e       3e       2e       1e       CAC       res. CAC       BOB   
Clubmatch  2  3 2 3 4 5 - - 2 -
Kamp. Clubmatch  1  2 3 3 4 5 6 4 2 2
Tentoonstelling 1 2 3 1 2 3 4 2 1 2
Winnertentoonstelling 1 2 3 2 3 4 5 3 1 2

De beste reu en de beste teef van een gewone clubmatch van de N.P.C. krijgen elk één extra punt. 

 

 

Wisselbokalen Clubmatch

 

 

 

OF ZEB’S COUNTY BOKAAL
GESCHONKEN DOOR DHR. THEO KERKLAAN
SINDS 1990
BESTE REU TOT 24 MAANDEN

 

KARISTUA BOKAAL
GESCHONKEN DOOR DHR. EN MEVR. P.EERING
SINDS 1998
BESTE TEEF TOT 24 MAANDEN

 

DONGEWIJCK BOKAAL
GESCHONKEN DOOR DHR. EN MEVR. A.M.A.M. SOMERS
SINDS 1998
BESTE REU BOVEN 24 MAANDEN

 

VAN HOENSHOF BOKAAL
GESCHONKEN DOOR DHR. HUBERT J.G. HOENEN
SINDS 1979
BESTE TEEF BOVEN 24 MAANDEN

 

 

THE THISTLE GARDEN BOKAAL
GESCHONKEN DOOR DHR. EN MEVR. BINDELS
SINDS 1994
MOOISTE POINTER IN PUPPY KLAS

(vervangende nieuwe beker sinds mei 2017)

 

      WISSELBOKAAL aangeboden door de Vereniging Liefhebber Engelse Setter (VES)      
Sinds 1993
BESTE HOND CLUBMATCH IN GEBRUIKSHONDEN KLAS

 

PETER EERING DUAL PURPOSE WISSELPRIJS
GESCHONKEN DOOR PETER EERING
SINDS 2016  
Geschonken voor de BESTE Reu of BESTE teef
MITS in het bezit van een werkkwalificatie

 

 

Wisselbokalen Veldwerk

 

 

 

VERWEY BOKAAL
Geschoken door de heer C.J. Verwey

Het juiste jaartal van schenking van deze zilveren wisselbokaal is
helaas niet bekend. De Verwey bokaal wordt uitgereikt aan de
Pointer, die zowel in show als in jacht, zijn kwaliteiten bewezen
heeft. Pas vanaf het jaartal 1978 zijn de namen van deze
Dual Purpose Pointers gegraveerd.
Het is bekend dat deze prachtige bokaal tijdens de Tweede
Wereldoorlog (1940-1945) in de kluis van de Raad van Beheer
bewaard werd.
De eerste Pointer die de heer Verwey in 1939 zelf aanschafte
luisterde naar de naam “Boy van de Koppelpoort”

 

 

NEDERRIJK BOKAAL
Sinds 1979

De Nederrijk Wisselbokaal is door het toenmalige bestuur van de
NPC aangeschaft tijdens de eerste officiële veldwedstrijd
georganiseerd door de NPC in 1979 in de landerijen Nederrijk
(Groesbeek) voor de hoogst geplaatste Pointer per jaar in de
categorie Quête à la Française veldwerk.

 

COUPE GRANDE QUÊTE
Sinds 2016

Deze wisselbokaal is geschonken door de heer John Hart,
die 10 jaar lang deel uitmaakte van het NPC Bestuur.
     In april 2008 vervulde hij de functie van Penningmeester tot 2013.      
En in dat jaar nam hij de voorzittershamer over van Peter Bahlke.
Tot juni 2018 is John Hart als voorzitter NPC actief geweest.
Deze wisselbokaal wordt toegekend aan de best geplaatste
Pointer in de categorie Grande Quête veldwerk.

 

 

EEF van SCHUPPEN JEUGDBOKAAL
Sinds 1998

Deze wisselbokaal is geschonken door de Heer en Mevrouw
Eering voor de beste jeugdhond in veldwerk.